Het VN Vrouwenverdrag

Maatschappelijke

 

Op 18 december 1979 kwam tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties het verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie jegens vrouwen tot stand (hierna het VN-Vrouwenverdrag). Dit verdrag verplicht de lidstaten niet alleen alle vormen van discriminatie van vrouwen uit te bannen.

Het gaat verder: op alle gebieden, in het bijzonder op politiek, sociaal, economisch en cultureel gebied moet beleid en wetgeving tot stand komen om de volledige ontplooiing en ontwikkeling van vrouwen te verzekeren, opdat hun mensenrechten en fundamentele vrijheden worden gewaarborgd. Niet eerder is in een juridisch document dat zicht richt op de bestrijding van discriminatie van vrouwen zoveel nadruk gelegd op de noodzaak van verandering van bestaande ideeën of ideologieën. Het verdrag erkent dat zowel op publiek als op privéterrein vrouwen een ongelijke positie hebben en dat hierin alleen verbetering kan komen wanneer op het niveau van de genderideologie wezenlijke veranderingen optreden

Het toezicht op de naleving van het vrouwenverdrag wordt uitgeoefend door een speciaal verdragscomité, namelijk: “Committee on the Elimination of Discrimination Against Women’(hierna CEDAW).

Discriminatie in het VN-Vrouwenverdrag

In het VN-Vrouwenverdrag wordt onder ‘discriminatie van vrouwen’ verstaan:

"elke vorm van onderscheid, uitsluiting of beperking op grond van geslacht, die tot gevolg of tot doel heeft de erkenning, het genot of de uitoefening door vrouwen van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel gebied, op het terrein van de burgerrechten of welk ander gebied dan ook, ongeacht hun echtelijke staat, op de grondslag van gelijkheid van mannen en vrouwen aan te tasten of teniet te doen".

In tegenstelling tot andere internationale documenten, onderkent het verdrag dat het vrouwen zijn die worden gediscrimineerd in de huidige samenleving, niet mannen. De inhoud en het doel van het verdrag zijn asymmetrisch: het is gericht op het uitbannen van alle vormen van discriminatie van vrouwen. Dit is opvallend, aangezien alle internationale teksten discriminatie op grond van sekse willen uitbannen.

In de tweede plaats houdt het VN-Vrouwenverdag de norm in dat alle vormen van discriminatie van vrouwen moeten worden bestreden. Dit betekent dat niet alleen directe discriminatie van individuele vrouwen verboden is, maar ook meer verborgen of indirecte discriminatie. Omdat het Verdrag ‘alle vormen’ van discriminatie verbiedt, kan dit leiden tot maatregelen die structurele vormen van discriminatie beogen te bestrijden.

In de derde plaats onderscheidt het VN-Vrouwenverdrag zich van andere juridische documenten waarin discriminatie wordt verboden doordat het niet alleen op formele gelijkheid, maar ook op materiële gelijkheid is gericht:

In the Committee’s view, a purely formal legal or programmatic approach is not sufficient to achieve women’s de facto equality with men, which the Committee interprets as substantive equality. In addition, the Convention requires that women be given an equal start and that they be empowered by an enabling environment to achieve equality of results. It is not enough to guarantee women treatment that is identical to that of men. Rather, biological as well as socially and culturally constructed differences between women and men must be taken into account. Under certain circumstances, non-identical treatment of women and men will be required in order to address such differences. Pursuit of the goal of substantive equality also calls for an effective strategy aimed at overcoming underrepresentation of women and a redistribution of resources and power between men and women.”[1]

De nadelen van de “individual rights strategy”

Veel wetten of verdragen maken gebruik van de ‘individual rights strategy’[2]. Dit wil zeggen dat het verdrag wetgeving bevat die nieuwe subjectieve rechten aan bepaalde doelgroepen toekent. Uiteindelijk zal dit moeten leiden tot een betere bescherming van de doelgroep. Hoewel er in het verleden vaak gebruik gemaakt is van deze strategie, zijn er toch een aantal auteurs die deze manier van beschermen hebben bekritiseert. Er zouden meer nadelen dan voordelen kleven aan de ‘zogenaamde’ individual rights strategy.

Het eerste nadeel van de individual rights strategy is dat discriminatie wordt gedefinieerd als een geïndividualiseerd concept:

The right not to be discriminated against on the ground of sex means the right of an individual not be subjected to specific treatment which is less favorable than that which is or would be received by a similarly placed member of the opposite sex, where the ground or reason for the less favorable treatment is sex.”[3]

Het wordt aan individuele vrouwen overgelaten om hun aanspraak op gelijkheid via de rechter waar te maken. Een dergelijke procedure zal niet de volledige en gelijkwaardige bescherming bieden aan vrouwen. Daarbij is het een strategie die achteruit kijkt: naar het kwaad dat al is geschied. In het gelijke behandelingsrecht zou daarom meer aandacht moeten bestaan voor de positie van vrouwen als de achtergestelde of onderdrukte groep. In artikel 5a van het VN-vrouwenverdrag wordt dit probleem onderkend, waardoor systematische of structurele discriminatie van vrouwen wordt voorkomen:

“Thirdly, State parties’ obligation is to address prevailing gender relations and the persistance of gender-based stereotypes that affect women not only through individual acts by individuals but also in law, and legal and societal structures and institutions.”[4]

Het tweede nadeel van de individual rights strategy is de beperking tot formele gelijke behandeling op grond van sekse. De meeste wetgeving die discriminatie verbiedt doet dat in de vorm van een verbod op ongelijke behandeling op grond van sekse. Dat wil zeggen dat bij het toedelen van rechten of plichten geen onderscheid mag worden gemaakt op grond van het feit dat iemand man of vrouw is. Door discriminatie van zowel vrouwen als mannen te verbieden miskent dergelijke wetgeving dat in feite in onze samenlevingen vrouwen worden gediscrimineerd. Het VN-Vrouwenverdrag vormt in die zin een uitzondering op de bestaande juridische instrumenten tot bestrijding van seksediscriminatie. Het Verdrag erkent dat vrouwen het slachtoffer zijn van discriminatie heeft als doelstelling om de positie van vrouwen te verbeteren.

Het derde nadeel van de individual rights strategy is de onzichtbaarheid van ongelijke machtsverhoudingen in de wetgeving inzake gelijk behandeling. De rechtsnorm van seksegelijkheid is in het algemeen zo geformuleerd dat het verboden is dat vrouwen in vergelijking tot mannen (en vice versa) een nadelige behandeling ondergaan. Een goed voorbeeld van deze rechtsnorm is terug te vinden in het Europese recht waarin directe seksediscriminatie wordt gedefinieerd als:

“...wanneer iemand op grond van geslacht minder gunstig wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld.”[5]

Verdragen die opkomen voor de rechten van de vrouw zijn alleen maar aan te moedigen, echter moeten we oppassen dat deze verdragen zich niet beroepen op een situatie van gelijkheid met mannen. Volgens ‘Writes’ is het van belang dat de ongelijke machtsverhoudingen worden getoetst en niet dat er een vergelijking wordt getrokken tussen mannen en vrouwen:

“the test should not be whether there is a situation of sameness or difference compared to men, but that every policy or law should be tested against whether unequal power relationships between men and women are at stake.”

De assimilatie aan de (mannelijke) dominante norm, die het gevolg is van de toepassing van het formele gelijkheidsbeginsel, wordt zeer algemeen bekritiseerd als een van de kernproblemen van het gelijkebehandelingsrecht.[6] Wanneer dit recht benadert wordt vanuit een feministisch (rechts) theoretische invalshoek, valt op dat vormen van systeemdiscriminatie of structurele discriminatie hierdoor niet kunnen worden bestreden. De Canadese rechtswetenschapper Rebecca Cook bekijkt dit recht vanuit een dergelijke invalshoek en zegt hierover:

“The ‘similarity and difference’ model does not allow for any questioning about the ways in which laws, cultures or religious traditions have constructed and maintained the disadvantage of women, or the extend to which the institutions are male-defined and based on male conceptions on challenges and harms.”[7]

Aandacht voor systeemdiscriminatie betekent dat er onderzoek gedaan moet worden naar de wijze waarop juridische, sociale en religieuze tradities vrouwen benadelen:

“Systemic discrimination or inequality of conditions, the most damaging form of discrimination, cannot be addressed via the rule-based sameness of treatment approach. Indeed, the use of this model virtually makes systemic disadvantage invisible.”[8]

Cook ziet een oplossing in een asymmetrische en materiële benadering van gelijkheid en gelijke rechten. ‘De test zou niet moeten zijn of mannen en vrouwen gelijk worden behandeld, maar of een regeling of praktijk niet gebaseerd is op machteloosheid en uitsluiting van vrouwen en niet systematisch ten nadele van vrouwen uitpakt’.[9]

Het belang van het VN Vrouwenverdrag

Het Vrouwenverdrag bestrijdt structurele en systematische discriminatie van vrouwen. Het toezicht van CEDAW (Convention on the Elimination of Discrimination Against Women) lijkt van grote belang, omdat steeds meer Verdragsstaten aangespoord worden om iets te doen tegen de structurele ongelijke beloning van vrouwen, tegen de segregatie op de arbeidsmarkt, tegen het ontbreken van mogelijkheden voor vrouwen om fulltime te werken(en economisch zelfstandig te zijn), tegen de achtergestelde positie in het familierecht, et cetera. Ook in Nederland is een dergelijke tendens zichtbaar. Aanvankelijk lag de nadruk op het veranderen van individuele en in cultuur of religie besloten liggende opvattingen, meningen en attitudes van individuen ten aanzien van vrouwen. Echter heeft de Nederlandse regering tijdens de goedkeuringsprocedure erkent dat genderstereotypen ook hun weerslag vinden in de structuren en instituties van de samenleving, inclusief het recht, en dat artikel 5a van het Vrouwenverdrag daar op is gericht.

Vooral in de juridische literatuur en in de verdiepende studies die in Nederland over het Vrouwenverdrag zijn verricht is de verschuiving van de aandacht voor stereotypen als een mentaliteitsprobleem naar stereotypen als de bron van structurele discriminatie goed zichtbaar. Het verdrag zorgt zelfs voor een cultuurverandering, omdat het verbod op discriminatie zich niet alleen richt op het niveau van de individuele rechtsbescherming tegen discriminatie (individual rights strategy), maar ook aandacht eist voor het bestrijden van de structuren en concepten die deze discriminatie mede veroorzaken. Hiermee houdt het VN Vrouwenverdrag inderdaad een normstelling in die verder strekt dan de bestaande wetgeving op het terrein van de gelijke behandeling van mannen en vrouwen. Het gelijke behandelingsrecht kijkt vooral terug naar discriminatie die al plaats heeft gevonden en biedt niet of nauwelijks een remedie tegen structurele oorzaken van uitsluiting of achterstelling van vrouwen. Het Vrouwenverdrag is uitdrukkelijk wel gericht op het bieden van structurele veranderingen en hier ligt dan ook het belang van dit Verdrag voor vrouwen. Om discriminatie te voorkomen kent het artikel niet alleen het beginsel van gelijkheid, maar ook die van diversiteit en vrijheid en de mogelijkheid om zelf keuzes te maken.

Samenvattend kunnen we zeggen dat het VN Vrouwenverdrag niet alleen dezelfde behandeling vereist, maar ook ander recht en beleid. Het Verdrag zou daarom alleen al naar mijn mening een inspiratiebron moeten zijn voor alle wetgevers.

 Door Ali Diouri

[1] General Recommendation 25, para 8.

[2] Wetgeving die nieuwe subjectieve rechten aan bepaalde doelgroepen toekent.

[3] Zie Ellis1998, p. 321. Zie verder Sandra Fredman 2002., hoofdstuk 4, waar de auteur de problemen die

in deze benadering van het recht op gelijke behandeling bespreekt.

[4] Algemene Aanbeveling nr. 25, overweging 7.

[5] Artikel 2 lid 2 Richtlijn 2002/73/EG.

[6] Zie bijv. Fredman 2001, 2002 en 2003.

[7] Cook 1994 (a), p. 11.

[8] Cook 1994 (a), p. 11, waar zij de bijdrage van Kathleen Mahoney aan de bundel bespreekt.

[9] Cook 1994 (a), p. 12. Een dergelijke benadering wordt ook wel de “dominance approach” genoemd maar vereist echter tevens een vergelijking (benadeeld, vergeleken met wie?). Zie Holtmaat 1996.